Print() is een van de belangrijkste en meest gebruikte basisfuncties. Met Print() kan je informatie op je scherm tonen. Alles wat je tussen haakjes zet wordt zichtbaar voor de gebruiker. Er zijn verschillende redenen waarom je print() gebruikt. Je kan het gebruiken om de resultaten van je code te bekijken. Je kan het ook gebruiken op te kijken of je code klopt. Dit doe je door tussendoor een print() toe te voegen en dan de code uit te voeren. Je gebruikt print(), door eerst ‘print’ te schrijven, gevolgd door haakjes. Tussen de haakjes zet je een tekst naar keuze. Dit kunnen ook getallen of tekens zijn. Als je tekst letterlijk wilt printen, moet je het tussen haakjes zetten.
Voorbeeld:
Print("Hallo wereld!")
Print("123")
Opdracht:
Laat op je scherm ‘Vandaag ben ik naar school geweest’.
Heb je nergens een spelfout zitten. Programmeren is heel nauwkeurig werk. Als er ergens 1 fout zit werkt het niet.
Staan alle haakjes op de goede plek. Anders kan het zijn dat niet alles wordt geprint.
Print("Vandaag ben ik naar school geweest.")
Let op dat je haakjes zet om de woorden. Anders wordt het niet letterlijk geprint!
Extra opdrachten:
- Laat de getallen 1 t/m 10 op je beeld scherm verschijnen.
- Laat ‘Hallo’ op je scherm verschijnen
Kijk nog eens goed naar je code. Staat er nergens een spelfout?
Staan alle haakjes op de goede plekken?
Print("12345678910") of Print("1,2,3,4,5,6,7,8,9,10")
Print("Hallo")
Als je iets soort gelijks hebt en er iets op je scherm staat is het ook goed.